Mijn helm

This blogpost is only available in Dutch.

De huisjes worden steeds kleiner, de zon schijnt in mijn gezicht. Eerste stagedag. Rugzak op mijn rug, flesje water natuurlijk vergeten. Vroeg in de morgen is de temperatuur nog wel fijn, dus daar probeer ik lekker van te genieten. Zelfs de kleine zorg over hoe ik nu weer ergens water vandaan ga halen, kan dat niet verpesten.

Wauw, wat een leventje. Dat is het enige wat ik kan denken als ik achterop de boda zit en om me heen kijk. Het woordje ‘boda’ zal vast nog vaker terugkeren op deze blog, dus ik leg het maar meteen even uit. Een boda is een soort brommertaxi die mensen overal naartoe brengt. Je zit daar vaak met twee personen, zes kippen of een heel huishouden achterop. Je ziet er hier ongeveer net zoveel als gillende meisjes bij een One Direction-concert.

Het is nauwelijks te bevatten dat ik hier echt ben. Maar het is wel zo, merk ik aan de tien muggenbulten die ik al heb verzameld. Ik kan trouwens wel met trots melden dat ik nog niet verbrand ben. Voor de mensen die me minder goed kennen: dat is nogal een prestatie. Waar ik ook heel trots op ben, is dat het goed met me gaat. Eerlijk gezegd had ik dat niet echt verwacht in mijn eerste weekend hier. Ik had natuurlijk heel veel zin om met deze stage te beginnen, maar aan gezonde (of minder gezonde) spanning was geen gebrek. Het helpt me dat ik hier al veel fijne mensen heb ontmoet, die allemaal op me letten en even vragen hoe het is. Het idee dat je je na vijf dagen al thuis voelt op een plek die toch best een beetje ver van je huis verwijderd is, dat vind ik bijzonder.

De laatste dagen waren een roller coaster. Ik heb denk ik nog nooit zo veel nieuwe mensen leren kennen in zo’n korte periode. Ik, als blij en energiek gezelligheidsmens, kon het niet beter treffen. Buiten dat dat heel leuk was, was het ook wel vermoeiend. Dat gaan we natuurlijk niet toegeven, want ik geniet veel te veel. Ik wil hier nu al niet meer weg, in ieder geval nog niet. Mijn mening is na vijf dagen natuurlijk niet heel realistisch, want ik zit nog een beetje op een roze wolk. Nog vaker op een oranje stofwolk eigenlijk.

Naast alle leuke mensen, de fijne zon, de nog fijnere sterrenhemel en de mooie plekken die ik al ontdekt heb, zijn er ook minder leuke dingen. Ik ben dan ook gewaarschuwd om niet naïef te zijn. Nu kan ik jullie massaal horen lachen, want naïef zijn hoort misschien wel bij de eigenschappen die mij het beste beschrijven. Het idee van een stage is dat je met veel kennis terug naar huis komt, als je die kennis aan het eind van de stageperiode maar hebt. Het ding met naïef zijn is dat ik het het liefst zo snel mogelijk moet leren, of beter gezegd, afleren. Als ik niet steeds in de meest onmogelijke situaties wil belanden dan. En ik kan je beloven: als er één plek is waar ik dat kan leren, dan is het wel hier. Je moét namelijk wel. Nu wil ik niet te negatief praten over Uganda, want zoals ik al zei, er zijn zo veel mooie mensen hier. Het is alleen wel goed om er niet bij voorbaat vanuit te gaan dat letterlijk iedereen goede bedoelingen heeft. Geen zorgen, tot nu toe ben ik in zo goed als alle testen geslaagd 😉.

Ook ik ben niet van steen en ook ik houd in mijn achterhoofd dat Uganda geen Veldhoven is, waar je bij wijze van spreken de deur open kan laten staan. Terwijl ik op mijn boda zit en ontzettend aan het genieten ben, kan ik het niet laten om mezelf soms af te vragen hoe het mogelijk is dat er weinig boda-ongelukken gebeuren. Niet aan denken, Amber. Gewoon niet doen. Zo zijn er nog veel voorbeelden. Voorbeelden van dingen die ik weet, maar niet wíl weten. En ik denk dat het in mijn situatie beter is om dan maar oogkleppen op te hebben, waardoor ik alleen het moois van Uganda kan zien. Geloof me, dat is echt wel het grootste gedeelte. Wat dit betreft is naïef zijn dan weer de eigenschap die me nu juist positief houdt.

De huisjes worden steeds groter, de zon schijnt nog steeds in mijn gezicht. Eerste stagedag achter de rug, rugzak op mijn rug. Flesje water gevonden. Laat in de middag is de temperatuur wel weer fijn, dus daar probeer ik lekker van te genieten. Zelfs de kleine zorg over – wat zal ik ervan maken, heel mijn leven hier, kan dat niet verpesten. In de illusie dat mijn helm mij beschermt tegen alles wat ik niet wil weten, tover ik een gigantische lach op mijn gezicht. Alweer.  

De laatste keer

This blogpost is only available in Dutch.

Na de bocht zie ik het hek verschijnen. We zijn er bijna. De motor van de boda maakt steeds minder geluid. We rijden inmiddels bijna stapvoets en binnen 3… 2… 1… We staan stil. Dat is het dan, mijn (voorlopig) allerlaatste bodaritje.

Eerste en laatste keren zijn stom. Bij eerste keren gaat bijna altijd alles fout en bij laatste keren probeer je te goed je best te doen om alles te onthouden. Ik weet inmiddels echt wel hoe mijn straat eruit ziet, maar toch lag er meer nadruk op toen ik wist dat het ‘de laatste’ was. Misschien was het geforceerd genieten, omdat het nu nog kan?

In de verte hoor ik een auto aankomen en, ja hoor, hij rijdt het terrein op. De taxi is er. Al een week lang ben ik afscheid aan het nemen, zonder écht afscheid te nemen. Het kwam niet binnen. Ik ben er toch gewoon nog? Na vijf feestjes kon ik nog steeds niet beseffen dat ík deze keer de persoon ben die naar huis gaat. Of weg van huis, het is maar net hoe je het bekijkt.

Op mijn laatste avond hebben Petra en ik samen nog even de hoogte- en dieptepunten besproken onder het genot van een Ugandese Waragi (gin). Natuurlijk gewoon uit een theemok, zoals een echte student op kamers dat hoort te doen. In mijn inmiddels lege kamer bespraken we de mooiste herinneringen. En wat waren dat er veel.

Dan het laatste nachtje. Nog steeds geen besef van de vlucht naar Nederland binnen 24 uur. Misschien is het afscheid nemen van mensen minder zwaar, omdat ik zeker weet dat ik snel weer terug ben en ze dan gewoon weer zie. Maar deze morgen moest ik ook afscheid nemen van mijn eigen avontuur. En het moeilijke daarvan is dat het echt eindigt. Deze periode krijg ik nooit meer terug, in ieder geval niet op dezelfde manier.

‘It’s time.’ De chauffeur zegt precies dát wat ik niet wil horen. De hele ochtend was ik een blij en vrolijk meisje, maar ondanks dat, stap ik met dikke tranen de auto in. De laatste keer een knuffel van mijn huisgenootje. De laatste keer langs kantoor. De laatste keer over de voor mij inmiddels vertrouwde weg. Maar dan Masaka uit.

Dit is de eerste keer dat ik zoveel ‘laatste keren’ heb na een periode van vijf maanden. Zoals ik al zei: eerste keren gaan altijd fout, dus misschien ben ik er daarom zo slecht in. Maar ik ben erachter gekomen dat het helemaal niet om de eerste of laatste keren gaat. Het gaat om álle andere keren daar tussen in. Bij mij waren die ‘andere keren’ vooral geluksmomentjes. Klein, groot, met andere mensen of alleen. En ik kan er nog niet aan denken om dat af te sluiten, dus dat doe ik morgen vroeg. Misschien ben ik er dan klaar voor. Na een knuffel van mijn zusje en met een bruine boterham met kaas in mijn hand.

Ik doe niet aan laatste keren,
Ben meer van de ‘heel snel weer’en

Groter dan klein

This blogpost is only available in Dutch.

Geluk. Geluk zit in de kleine dingen. Woensdagavond, eentje zoals alle andere, dacht ik. Petra, sinds een week mijn nieuwe huisgenootje en al sinds twee maanden de gekste en leukste chick die hier rondloopt, ging nog even Ajax kijken. Ik besloot om lekker op tijd te gaan slapen, want ik had hard gewerkt – ja, echt. Daarnaast vind ik mijn eigen bed véél interessanter dan een paar mannetjes die achter een bal aan rennen.

Er was aan Petra en mij eerder die avond verteld, dat onze bewaker Bosco jarig was de dag erna. We hadden ballonnen gekocht en er was zelfs al taart besteld. Terwijl ik stond af te wassen, vroeg ik nog hoe oud hij zou worden. Die vraag werd beantwoord met de meest vragende blik die ik ooit heb gezien en de woorden (vertaald natuurlijk): ‘ik weet het niet’. In Uganda is het zo gek nog niet dat iemand zijn eigen verjaardag of leeftijd niet weet. ‘Maar morgen ben je jarig, toch?’ Nog meer gezichtsuitdrukkingen die schreeuwen dat hij echt niet begrijpt wat ik zeg. Ook dat is niet heel zeldzaam, want soms lijkt het alsof je allebei een ander gesprek voert als je met een Ugandees praat.

Petra ging nog even de kroeg in, waarna ik mijn bed in kroop. Toen ze om half 1 weer thuiskwam, na de dramatische afloop van de wedstrijd, wilde ik net naar de wc gaan. Ik hoorde dat mijn naam zachtjes geroepen werd. Daarna volgde het idee om even voor Bosco te zingen, want ja, hij was natuurlijk jarig! Dus wij zetten met onze blije koppen ‘Happy Birthday’ in en zongen net niet op de goede toonhoogte, maar wel met de beste bedoelingen, het liedje voor hem. Een beetje ongemakkelijk lachte hij naar ons en daarna sprak hij de legendarische woorden: ‘Is iemand van jullie jarig?’, met zijn vinger wijzend naar Petra en mij. ‘Nee, het is jouw verjaardag!’ We kregen het maar niet duidelijk uitgelegd. Voor de vierde keer die dag zei hij dat het niet zijn verjaardag was. Wij leken het toen pas voor de eerste keer te horen. Dan ben je opeens blij dat je in het tijdperk van Facebook leeft, want waar hij bij stond zochten we de verjaardag van Bosco op. ‘Jarig op 25 december’ las ik hardop voor. Alles in Uganda is anders, maar ik kan je nog net wél verzekeren dat 25 december niet opeens op 9 mei valt. Tranen gelachen toen we erachter kwamen dat hij dus helemaal niet eens echt jarig was. We stelden voor dat we zijn verjaardag gewoon zouden verplaatsen, omdat we nu toch al zo lekker in de vibe zaten. Uiteindelijk bleek dat op zijn identiteitskaart ook 9 mei als verjaardag stond. Zijn ouders hadden dat gedaan omdat hij nog geen 16 was op de dag dat ze de kaart aanvroegen en dat kan pas vanaf de 16e verjaardag. Goede oplossing toch, om dan gewoon een verjaardag een klein beetje te verzetten?

Petra en ik waren daarna zo lekker aan het kletsen dat we lachend bij haar op bed terechtkwamen. We hadden eigenlijk wel een beetje honger, dus ik toverde nog ergens een klein zakje chips vandaan. Er lag ook al twee weken een super duur minizakje M&M’s uit Kampala in de koelkast, voor speciale gelegenheden. Dit was hem dan, de speciale gelegenheid. Niet omdat er iets speciaals was (al helemaal geen verjaardag dus), maar omdat we het speciaal zouden maken. Een biertje hoort er eigenlijk ook wel bij op zo’n moment en gelukkig stond er nog eentje in de koelkast. Voordat we al deze lekkere dingen konden regelen, moesten we eerst nog even dealen met een spin die we in de badkamer vonden. Nadat we er samen een minuutje naar gekeken hadden, besloten we dat hij wel mocht blijven zitten. Toen het diertje begon te wandelen en we bedachten dat we vannacht nog naar de wc zouden moeten, vonden we het toch beter dat Bosco hem even weg zou halen. Natuurlijk ging dat gepaard met een poging van hem om de spin in ons gezicht te duwen en een aantal gilletjes van twee hele stoere dames.

Half 2, alleen het licht van de maan vindt de mooie bomen in onze tuin. Op bed met één biertje, één klein zakje chips en misschien iets meer dan 10 M&M’s. Kaarsjes branden, een carnavalsafspeellijst dooft de stilte van de nacht en allebei hebben we een lelijke pyjama aan. We lachen om niks. Of we lachen om alles. Álles. Geluk zit misschien helemaal niet in de kleine dingen. Ik denk dat de kleine dingen gewoon groter zijn dat klein. En kleine spinnen trouwens ook.

Even in Nederland

This blogpost is only available in Dutch.

Koningsdag. Toch wel het meest Nederlandse feest wat ik me kan bedenken. En toch hebben wij het hier in Uganda ook gevierd, en wel op een hele bijzondere manier. Als je in de achtertuin van de ambassadeur het Nederlandse volkslied staat te zingen met allemaal Nederlanders om je heen in Afrika, krijg je toch wel even kippenvel. Ook al moet je stiekem de tekst van het Wilhelmus meelezen voordat je het kan zingen.  

Van dit feestje heb ik op zijn zachtst gezegd ontzettend genoten, om meerdere redenen. De belangrijkste zal ik maar meteen even toelichten: er waren schalen vol bitterballen, kaas en rookworst! Iedere Nederlander die langer dan vijf dagen in Afrika is, zou daar intens gelukkig van worden. Ik na ongeveer drie maanden dus ook. Reden twee is gratis wijn. Daar hoef ik niet heel veel over uit te leggen, denk ik zo? Sta wel even stil bij het feit dat ik bitterballen belangrijker vind dan gratis wijn, dan kun je je voorstellen hoe erg ik die bitterballen mis.

Daarnaast is het heel fijn, maar ook super raar, om iedereen in je eigen taal te horen spreken. Waar we normaal gewoon onderling konden praten over lelijke schoenen of knappe jongens waar ze bij zijn, verstond nu opeens iedereen ons. Het leuke ervan is natuurlijk wel dat je nog makkelijker in contact komt met nieuwe mensen. Nederlandse mensen. Mensen die gewoon weten waar Eindhoven ligt. En mensen die mee kunnen zingen met ‘Dromen Zijn Bedrog’.

Dan komen we meteen bij nog een reden waarom het zo leuk was, want er werd dus Nederlandse muziek gedraaid. En hoe kun je een Brabander (eentje die geen carnaval heeft kunnen vieren en ook niet thuis is met Koningsdag) toch gelukkig maken? Precies ja, door Guus Meeuwis met ‘Brabant’ te draaien. Sta je daar, op Afrikaanse bodem. Witte wijn in de ene hand, bitterbal én een blokje kaas in de andere. Een paar hele fijne nieuwe vrienden om je heen. En toch wil je stiekem niks liever dan dit moment delen met de mensen thuis. Dan krijgt het zinnetje ‘ik heb eigenlijk nooit last van heimwee gehad’ opeens een hele andere lading. Uit de spraakberichtjes die ik de volgende ochtend terugluisterde, kon ik wel concluderen dat ik op dat moment het vrolijkste meisje op de wereld was.

Ik zou mezelf natuurlijk niet zijn geweest als ik niet even van de gelegenheid gebruik had gemaakt om een handje te schudden met de ambassadeur. Voordat we vertrokken, had ik al bedacht dat ik dat wel zou willen. Want, informeel feestje of niet, netwerk is alles. Ik raakte aan de praat met een lid van het dweilorkest, dat speciaal voor deze gelegenheid was overgevlogen uit Nederland. Hij kende de ambassadeur persoonlijk en nam me meteen mee om me voor te stellen. Ik heb even verteld wat ik hier deed en wat mijn toekomstplannen zijn. Dat mijn vrienden me diezelfde avond nog hadden moeten uitleggen wat een ambassade eigenlijk precies doet, heb ik maar even niet gezegd. Na een leuk gesprek gaf ik hem nog even een stevige handdruk en ging ik weer verder feesten. Mijn werk zat er weer op.

De tuin vol lampionnen, versieringen in het oranje. Het volkslied gezongen met toch wel heel veel Nederlanders – waar ze opeens allemaal vandaan kwamen, geen idee. Schalen vol Nederlandse hapjes die maar bleven komen. Een gezellig orkest dat nog in de carnavalsmodus zat. Mensen die direct reageren met ‘Eindhoven de gekste!’ als je zegt waar je vandaan komt. En precies op het moment dat je even het idee hebt dat je in Nederland bent, valt de stroom uit. De lampionnen verloren hun oranje gloed de geluidsboxen vielen stil. Perfect. En je denkt misschien dat ik dat sarcastisch bedoel, maar nee. Juist dát maakte de avond per-fect. Je kunt dus nog zo goed je best doen om de Nederlandse cultuur na te bootsten, maar het is en blijft Afrika. En mensen, wat vind ik het fijn om daar te mogen zijn.

De kracht van kwetsbaarheid

This blogpost is only available in Dutch.

Kwetsbaarheid: een van de engste dingen om te voelen. Het is alweer een tijdje geleden dat ik een blog heb geplaatst. Dat komt niet doordat ik niks mee heb gemaakt om te vertellen en al helemaal niet omdat ik het niet meer leuk vind om te schrijven. Ik kon het alleen even niet. Honderden gedachten dwaalden door mijn hoofd en ik kon er niks mee. Opschrijven werkte niet, want ik kwam niet verder dan een paar regels.

Het viel me op dat ik me tot nu toe bijna niet verdrietig heb gevoeld en dat ik dat hier ook heel moeilijk vind. Misschien is het wel een soort beschermsysteem van mijn lichaam. Net alsof het tegen mij zegt: ‘Prima, je mag dit allemaal meemaken, maar we houden het wel lekker oppervlakkig.’ In sommige gevallen ben ik daar blij mee, want je ziet hier stiekem veel dingen die je graag wil veranderen. Aan de andere kant is het ook goed om echt na te denken over alles wat je meemaakt, zodat je er zelf het meeste van kan leren.

De eerste twee maanden waren vooral leuk, druk, fijn en vol indrukken. Moeilijke momenten ervaarde ik oppervlakkig en verwerkte ik onbewust, bijvoorbeeld in mijn slaap. Je zou kunnen zeggen dat het ook vermoeiend was, maar daar leek ik geen last van te hebben. Gewoon doorgaan vond ik toch wel de beste techniek om hier het leven vol te houden. Iedere dag weer gewoon vrolijk, vanaf de droge boterham bij het ontbijt totdat ik mijn klamboe sloot om te gaan slapen. Ik wilde het liefste zes dingen tegelijkertijd doen en mijn energie kon niet op. Dacht ik.

Zoals veel mensen – in Masaka en thuis thuis – al gezegd hadden, was ik weer eens te druk bezig en moest ik meer tijd nemen voor mezelf. Dat tegen mij zeggen maakt dus totaal geen indruk, als ik het niet zelf doorheb. En omdat ik een heel mooi muurtje om mijn eigen gevoelens had gebouwd, had ik totaal niet door dat ik mijn grens al een paar keer gepasseerd was. Tot afgelopen zondag. Na een hele drukke week vol tripjes en gezellige avonden, bleef ik in mijn eentje over bij Villa Katwe. Het leek alsof alles wat ik de afgelopen tijd heb meegemaakt, in een keer naar boven kwam. Ieder kind dat huilde, iedere moeder die lachte, iedere middag waarop ik local food at en iedere avond waarop ik genoot van een lekkere hamburger. Elk moment waarop ik dacht dat ik nooit meer naar huis wilde. Maar toen, voor de eerste keer, ook de gedachte dat ik dat wel zou willen.

Ik merkte dat ik heel veel nadacht. Over mijn toekomst, over school, een eigen bedrijf, reizen, over de mensen hier, over de mensen thuis. Ik dacht wel na, maar niet diep genoeg. Alles bleef precies ver genoeg van me af, zodat ik er niks bij zou voelen. Dit was de eerste keer dat alles tegelijk als een baksteen binnenkwam en ik kon er niet om heen. Ik kan je beloven: dan is Nederland opeens heel ver weg. Wat had ik graag even een aantal mensen goed geknuffeld op dat moment. Deze keer moest ik genoegen nemen met een stem die me er via de telefoon van probeerde te overtuigen dat alles goed zou komen.

Op advies van de mensen hier, naar wie ik deze keer wel heb geluisterd, heb ik twee dagen verplicht niks gedaan – stiekeme kantoorbezoekjes en een paar uurtjes lekker websiteteksten schrijven niet meegerekend. In een gesprek met mijn stagebegeleider kwam ik erachter dat het eigenlijk allemaal basic stuff is waar ik mee zit op dit moment. Iedereen maakt dat een keer mee als je hier komt wonen. Het was mij gewoon heel goed gelukt om voor een lange tijd net de doen alsof het me niet raakte. En in zekere zin was dat ook zo, want ik was me er oprecht niet van bewust.

Dus ja, kwetsbaar zijn voelde voor mij gevaarlijk. Zeker nu ik hier ben, want dan kun je je opeens heel alleen voelen. Maar ik heb geleerd dat kwetsbaar zijn ook iets heel moois is, want je kunt daardoor juist alles intenser beleven en een grotere groei doormaken als persoon. En dat is tenslotte ook een van de redenen waarom ik zo nodig helemaal hierheen moest gaan.

Voor de mensen die het zich afvragen: nee, ik ben geen parttime filosoof geworden. Al moet ik wel eerlijk toegeven dat mijn hersenen hier overuren draaien. Wat dus inmiddels niet meer erg is, want ik kan het beter plaatsen. Kwetsbaar zijn is iets wat je alleen maar heel sterk maakt, uiteindelijk. En geen zorgen, de volgende keer gewoon weer een leuk verhaaltje voor het slapen gaan over mijn avonturen in Kampala. Die heb ik namelijk nog genoeg!

Dreaming of…

This blogpost is only available in Dutch.

Daar is hij dan, de blog waar iedereen bang voor was. Nee, ik ben hier niet verliefd geworden en ik ga ook niet trouwen met een Ugandees. Laat dat even duidelijk zijn, voordat je verder leest.

Ik ben hier nu zeven weken. Sterker nog, over drie maanden ga ik alweer naar huis. Ik zal ook maar meteen toegeven dat ik de mensen thuis echt wel mis en dat ik blij ben wanneer ik ze weer kan knuffelen. Het enige probleem is dat ik eigenlijk liever had gehad dat ze allemaal even naar hier waren gekomen in plaats van ik naar Nederland. Ik ben er dus achter gekomen dat Nederland helemaal niet zo’n fijn land is, tenminste voor mij niet. In Uganda ben ik een hele andere versie van mezelf, een leukere, als je het mij vraagt.

Toen ik gisteren avond op de boda zat, kwam er een hele nieuwe gedachte in me op. Wat als ik nou eens zelf een bedrijfje opstart hier? Een eigen bedrijf hebben is altijd al mijn droom geweest en een leven in Uganda is een nieuwe droom. Voordat ik dit verder uit ga leggen, neem ik jullie eerst even mee naar een gesprek van afgelopen week tussen mij en mijn stagebegeleider. Ik was erachter gekomen dat ik het super leuk vond om (beginnende) organisaties te helpen met het vaststellen van bijvoorbeeld kernwaarden, naam en logo. Daarnaast hou ik – natuurlijk – van schrijven. Ik wil daarom ook graag leren hoe ik websiteteksten kan schrijven die aantrekkelijk zijn voor specifieke doelgroepen. In overleg is mijn stageopdracht aangepast en ik ga nu drie organisaties helpen met datgene wat ik het liefste doe. Ik merkte zelf dat er hier in Masaka veel vraag is naar iemand die juist daarmee kan helpen en dat ik echt een verschil kan maken, terwijl er in Nederland al duizenden enthousiaste ‘communicatiespecialisten’ zijn die ook echt wel een leuk tekstje kunnen schrijven. 1 + 1 = 2, dus zo bedacht ik dat het misschien echt wel zou kunnen werken.

Volgend jaar keuzevakken kiezen over strategisch denken, dan een minor doen die me helpt om een eigen bedrijf op te zetten en inschrijven bij de Kamer van Koophandel, tussendoor even carnaval vieren en in mijn vierde jaar afstuderen met mijn eigen bedrijf – in Uganda. Kamer huren, het netwerkje dat ik nu al heb opgebouwd goed gebruiken en that’s it. Klinkt als een plan, toch? Ik ken mezelf een beetje en ik weet dat ik het voor elkaar kan krijgen als ik iets echt heel graag wil. En dat maakt deze hele gedachte ook wel weer een beetje eng, want met een beetje geluk en doorzettingsvermogen zou dit over een tijdje zomaar werkelijkheid kunnen zijn.

Voor als je het nog niet doorhad, ik wil helemaal niet meer naar huis. En dus niet omdat ik de liefde van mijn leven heb gevonden en geen dag meer zonder kan, maar juist omdat ik het leven van mijn leven heb gevonden en geen dag meer zonder kan.

Zoals gepland

This blogpost is only available in Dutch.

Al kun je jezelf nog zo goed aanpassen, westerse gedachten in combinatie met de Afrikaanse cultuur zorgen toch wel voor de meest grappige situaties. Ik heb al verschillende keren gezegd dat ik best goed mee kan in deze andere cultuur, maar begrijpen? Nee, ik denk niet dat me dat gaat lukken. Dat blijkt wel uit de verschillende momentjes waarop ik word geconfronteerd met mijn Europese opvoeding die hier totaal niet van toepassing is. Dan kan ik wel altijd heel hard lachen om mezelf en ik wil dat jullie natuurlijk niet onthouden.

De afgelopen twee weken ben ik bezig geweest met het kick-off event van de marathon te organiseren. Het event was vrijdag 8 maart, op International Women’s Day. We zijn een week daarvoor begonnen met het vaststellen van een budget. Nog een paar dagen later zijn voor de eerste keer verschillende instanties gebeld, die we nodig hadden om het event te kunnen realiseren. Heel enthousiast maakte ik samen met een collega een tijdsschema voor de dag zelf, waarin de activiteiten netjes per uur waren ingedeeld. Ook hadden we een taakverdeling uitgewerkt, want zelfs voor Ugandese begrippen was er wel heel weinig structuur te bekennen. Bij een taakverdeling hoort natuurlijk ook een datum waarop het uiterlijk af moet zijn. Na een tijdje overleggen, heb ik het voor elkaar gekregen om de deadline voor de meeste taken op dinsdag te zetten in plaats van op woensdag. Even voor de duidelijkheid: het evenement was op vrijdag (!). Mijn Nederlandse communicatiehartje kreeg al meteen stress van deze planning en ik was blij dat ik er een dag eerder van had kunnen maken. Achteraf was dat totale onzin, want hier is alles en iedereen eraan gewend om last minute dingen te regelen. In Nederland kun je niet in de laatste week een groot event organiseren, want dan is de locatie bezet, catering druk, tenten al verhuurd en de nodige contracten nog niet getekend. Omdat hier de hele samenleving erop is ingericht dat niks gepland is, is het dus ook helemaal niet nodig om als organisatie op tijd te beginnen met event planning. En dan heb ik nog niet eens iets gezegd over het feit dat 0,0 dingen van het fantastische schema uiteindelijk zo uitgevoerd zijn. Natuurlijk niet, Amber. De tocht door de wijk om aandacht te vragen voor het event begon twee uur later dan de bedoeling was. Toen we eenmaal onderweg waren, was de muziekinstallatie van een vrachtwagen kapot. Wel een halve minuut waren we aan het rijden, om vervolgens weer een half uur te wachten. Want de muziekinstallatie van te voren testen, dat doen we natuurlijk niet. Uiteindelijk werd alles gewoon ter plekke bedacht en keken we per moment even aan hoe het komende uur eruit zou gaan zien. De planning liep, zoals gepland, helemaal anders. Na wat uitspraken zoals ‘Ik vraag me af hoe we het ieder jaar weer voor elkaar krijgen om een marathon te organiseren’, kwam aan het eind van de dag toch gewoon alles goed. Ik ben immers nog steeds in Afrika.

De dag daarna werd er een Thank You-event georganiseerd door een andere stichting, die de marathon om hulp had gevraagd. Er werden mensen uitgenodigd die in het verleden wat voor de stichting betekend hadden. Dezelfde ochtend kregen we een berichtje dat het plan veranderd was en dat ze het liefst 300 mensen in plaats van 100 op het event zouden willen hebben. Het hele marathonteam heeft dus zo veel mogelijk mensen meegevraagd, wat er uiteindelijk voor zorgde dat het een super gezellig feestje werd. Er waren tafels neergezet en heel mooi gedekt naast het zwembad. Het buffet stond al klaar en ik zag toen ik binnenliep al meteen een stuk of tien glimmende schalen staan. Ik proefde de lasagne en gebakken aardappeltjes al in mijn mond terwijl ik er naar keek. Toen we eten gingen halen, werd ik toch stiekem wel een beetje teleurgesteld. In de bakken zat gewoon matoke (bananenpuree) en rijst. Ik kon er wel om lachen, heerlijk hoe je brein werkt. In de vijf weken dat ik hier nu ben, heb ik echt wel geleerd wat voor eten hier te krijgen is. Toch zijn er blijkbaar associaties uit mijn eigen wereld die te pas en te onpas nog even naar boven komen. Er wordt hier echt geen lasagne geserveerd tijdens een lokaal diner, zelfs niet als er allemaal mooie schalen staan. Natuurlijk niet, Amber.

Wereld van verschil

This blogpost is only available in Dutch.

Wennen aan Masaka is wel gelukt, ik voel me daar inmiddels thuis. Door naar het volgende level dus: Kampala. Goed voorbereid (met slotjes op de rugzakken en te veel lelijke heuptasjes) vertrok ik gister met een leuke groep vrijwilligers naar de hoofdstad van Uganda.

Het avontuur begon in de ghoster, een vervoersmiddel wat je een beetje kan vergelijken met een kleine bus. Alleen dan zonder dienstregeling, want deze vertrekt gewoon als hij helemaal vol zit. En met vol bedoel ik ook écht vol. Met klapstoeltjes werd zelfs de ruimte van het gangpad nuttig gemaakt en er werd ook zeker niet moeilijk gedaan om wat kinderen of een kip op schoot te nemen. Voor tienduizend shilling (ongeveer €2,50) bracht dit witte koekblik ons naar de taxiplaats in Kampala, wat toch zeker drie uur rijden was. Natuurlijk waren wij als onervaren mzungu’s te vroeg uitgestapt, maar gelukkig zag de chauffeur aan onze verwarde gezichten dat we nog een stukje verder moesten. Vriendelijk zei hij dat we maar weer moesten instappen en onder komisch gelach van de lokale bevolking zochten wij weer een plekje uit.

Met liefde zou ik willen uitleggen hoe het verkeer er in Kampala aan toe gaat, maar dat kan ik niet. Er is namelijk geen touw aan vast te knopen. Als ik je dan toch een indruk moet geven, dan komt het het meest in de buurt van ‘ogen dicht en hopen dat je levend op je bestemming aankomt’. Deze tactiek had ik toegepast toen ik achterop de boda zat. Die werkt blijkbaar best goed – want ik leef nog! Stel je even voor dat er o-ver-al auto’s, voetgangers, dieren, scooters en bussen bewegen, waar jij met de boda tussendoor crosst. Net alsof je een duur biertje veilig naar je vriend wil brengen op een super druk feestje (in het ergste geval tijdens ‘Links, Rechts’ van Snollebollekes). Alle boda’s stoppen trouwens wel netjes voor rood licht. Het groene licht lijkt daarna echter het startsignaal voor een straatrace waarbij de winnaar tien miljoen euro ontvangt. Maar even zonder grappen: we moesten allemaal echt wel even bijkomen toen we bij ons hostel arriveerden. Alle eerste keren zijn spannend, maar de eerste keer op een boda boda in Kampala is er eentje voor gevorderden.

Wat alles in één klap goedmaakte, was de heerlijke tosti die ik had besteld. Wat kan je daarvan genieten als je al een maand geen boterham met kaas meer hebt gegeten. Daarna besloten we om even naar het winkelcentrum te lopen. Bijna als echte inwoners van Kampala, staken we de straat over: nog net geen ogen dicht, maar wel gewoon lopen. Fijn dat de meeste (tot nu toe zelfs alle) auto’s dan wel stoppen. Als we netjes hadden gewacht totdat het rustig was op de weg, had ik er nu nog gestaan.

Bizar. Ik zette mijn voet over de drempel en stapte niet alleen een winkelcentrum, maar ook een stukje Europa binnen. Als eerste liepen we tegen een ijssalon aan waar we een overheerlijk ijsje hebben gegeten. Een tosti en schepijs op één dag, mijn geluk kon niet op. Daarna hebben we wat rondgelopen binnen in het centrum, waar ik erachter kwam dat ze hier dus wél weten wat airconditioning is. Het is misschien moeilijk voor te stellen, alleen het was echt heel fijn om daar te zijn voor een uurtje. Even niet de mzungu, even geen 30 graden, even geen onvoorstelbare drukte. Even geen Afrika. Even een beetje thuis.

Vastbesloten dat we snel weer terug zouden gaan, belden we de volgende ochtend een Uber. Dan zouden we zo weer bij het taxipark zijn en terug naar Masaka kunnen. Achteraf waardeer ik onze positieve instelling, die na een dag in Kampala nog niet eens een klein beetje bijgesteld was. Helaas bleek het nog een heel gedoe om in de ghoster terug naar huis terecht te komen. Zélfs ik, de naïeveling, heb het gevoel dat we kei hard zijn opgelicht, omdat we naar drie verschillende plaatsten zijn gebracht waar we allemaal een soort van entree moesten betalen. Een tropische regenbui en het feit dat we het andere gedeelte van de groep kwijt waren, maakte het dramatische plaatje compleet. Ik kan jullie nu geruststellen dat uiteindelijk alles is goedgekomen, zoals altijd alles hier in Afrika gewoon goedkomt.

Tot snel Kampala, we’ll be back! Ook al heb ik het opgegeven om te begrijpen hoe je werkt ;).

Paniek in de tent

This blogpost is only available in Dutch.

Een druppel op mijn voorhoofd. Ik schrik wakker. Voor zover ik weet lag ik toch echt wel in een tent. Ik voel aan mijn haren, die helemaal nat blijken te zijn. Terwijl ik nog even moet bedenken waar ik ook alweer ben en het slaapzand uit mijn ogen wrijf, ontdek ik een plas water aan het voeteneind van mijn tent. Zaklamp aan. Ook de zijkanten van mijn matras zijn inmiddels donkerblauw in plaats van licht, dus alles wijst erop dat de tent niet helemaal heeft begrepen wat zijn functie is. Ter plekke bedenk ik een masterplan, namelijk in het midden van het bed gaan liggen, ogen dicht doen en heel hard hopen dat het in ieder geval niet nog harder gaat regenen. Als de nacht nog maar een half uurtje had geduurd, dan kreeg deuitvoering daarvan zeker een 10. Helaas moest ik toch echt nog wat langer slapen, wat de situatie veranderde. Luisterend naar de druppels die steeds sneller op (of in) de tent terechtkwamen, begon ik me toch een beetje zorgen te maken. Na een tijdje zag ik in dat ik echt niet meer in slaap zou vallen, dus ik kneep het water uit mijn sokken – wat nog een extra plasje in de tent veroorzaakte, trok mijn kleren aan en pakte mijn regenjas.

Mijn oranje All Stars met nog een paar witte vlekken brachten mij naar de overkapping, waar het nog enigszins droog was. Ik probeerde naar binnen te gaan in het huis, maar de deuren waren op slot. Ik weet niet wat ik aan het doen was, maar nadenken hoort in ieder geval niet bij een van die activiteiten. Ik had natuurlijk gewoon even aan de bewaker kunnen vragen om de deuren open te maken. Dan had ik mijn slaapje lekker kunnen voortzetten op de bank en dan was er niks in de hand geweest. Maar in dat geval had ik nu niet zo’n blogpost kunnen schrijven over mijn avonturen van vannacht, dus ben maar blij dat ik niet zo goed ben in logisch nadenken. Alles voor een goed verhaal, toch? Binnen slapen was dus even geen optie. Plan B was slapen in de auto van de studenten uit Oostenrijk, die onverwachts een nachtje terug waren gekomen naar Masaka. Deze gasten hebben ongeveer hun hele verblijf hier nog niks verstandigs gedaan (voordat jullie me verkeerd begrijpen: niet negatief bedoeld, want deze mensen zijn echt top), dus ik had goede hoop dat de auto open was. Toch jammer dat ze precies vannacht uit hadden gekozen om slimme dingen te gaan doen en de auto dus op slot hadden gedaan. Ook dit probleem had ik kunnen oplossen door ze gewoon wakker te maken. De volgende ochtend werd ik zelfs verontwaardigd aangekeken omdat ik dat niet had gedaan. Nogmaals: alles voor de content.

Na verschillende opties te hebben overwogen, verscheen in mijn ooghoek de hangmat. Ik vind heel veel dingen leuk in Uganda, maar die hangmatjes zijn toch wel met afstand mijn favoriete dingen hier. Regelmatig slaap ik na het werk even wat bij of lees ik een boekje, terwijl ik op en neer schommel in een kleurrijke doek. Als dat overdag kan, waarom dan niet ’s nachts? Deze hangmat was gelukkig onder een afdakje geplaatst, dus dat zou toch een soort van droog moeten blijven. Vastberaden en stiekem ook wel weer moe, pakte ik mijn deken uit de doorweekte tent en verplaatste ik mijn bed richting de hangmat. Als de vrouwelijke versie van Freek Vonk sloeg ik nog even een salamandertje van het kussen voordat ik mijn nieuweslaapplek zou gaan uittesten. Toen ik dan eindelijk weer lag, moest ik lachen. Wat een leven hier. En wat vind ik zelfs al dit soort dingen leuk. Je moet toch ooit in je leven buiten hebben geslapen in een hangmatje? Met het gevoel van een krokodillenvechter die net een kind heeft gered val ik in slaap (wel nog even DEET gespoten, want zo stoer ben ik nou ook weer niet). Tot mijn verbazing werd ik pas een paar uur later wakker. Heerlijk geslapen.

Bucket list

This blogpost is only available in Dutch.

Zo. Minivakantie voorbij. Want ja, daar leken de eerste twee weken hier toch wel een beetje op. De weekenden bestonden voor de helft uit zonnen aan het zwembad en voor de andere helft uit bier drinken bij het kampvuur. Beide gingen gepaard met een goede dosis gezelligheid en heel wat minuten aan de slappe lach. De mensen die ik hier al heb mogen leren kennen maken alles wel een stuk makkelijker. Misschien zelfs iets te makkelijk. Ik moet mijn bucket list nu al gaan aanvullen omdat ik veel te veel heb kunnen afvinken, maar nadenken over het feit dat ik hier nu echt ben? Dat heb ik voor het gemak nog maar even niet gedaan.

In het marathonteam voel ik me heel welkom en ik kan er veel leren. De afgelopen dagen ben ik aangesloten bij het field-team en heb ik zo veel mogelijk projecten bezochten die zijn gekoppeld aan de marathon. We hebben daar foto’s en videobeelden genomen waar we op het kantoor een promotievideo van kunnen maken. Voor mij is het iedere ochtend een verrassing wat ik ga doen en ik kan nog niet altijd (of eigenlijk gewoon nooit) goed volgen waar de rest mee bezig is. Dat geeft voor mij een mooie extra uitdaging om mijn toevoeging waardevol te maken, want dat kan lastig zijn als je het einddoel nog niet precies snapt. Het is een goed ding dat ik niet bang ben om vragen te stellen, anders was het knap lastig geworden om in Uganda te werken, heb ik zo’n gevoel.

Zoals ik in de eerste zin al een beetje verklapt had, zijn de weekenden echt een feestje hier. Dat komt alleen al door het feit dat ik dan niet hoef te werken en weinig gepland heb. Alles kan, maar vooral niks moet. Door de weeks woon ik in mijn kamer op de compound, maar in het weekend ga ik naar Villa Katwe. Dit Bed&Breakfast is een heerlijke en betaalbare plek waar je goed kunt eten, lekker kunt relaxen in een hangmatje, maar ook makkelijk nieuwe mensen kunt ontmoeten. Hoewel ik intens kan genieten van een middagdutje in die hangmat, is dat laatste toch nog steeds meer mijn ding. Vorige week vrijdag ontstond al snel een setting waarin vooral veel gelachen werd en iedereen elkaar leerde kennen. De ingrediënten: een kampvuurtje met vier banken eromheen, een goed of goed fout muziekje, een stel Nederlandse stagiaires en nog een paar Oostenrijkse studenten. De gezelligheid rondom het kampvuur resulteerde er uiteindelijk zelfs in dat we als groep dingen gingen ondernemen buiten Villa Katwe. Lekker zwemmen, op stap gaan in Masaka, samen wat eten en op boda-tour. Die boda-tour heeft helaas een beetje een vervelende nasmaak gekregen, want een ongeluk in de eerste minuut veroorzaakte nogal wat schrik. Ik zal ook maar niet te veel vertellen over het feit dat twee jongens die dag zijn overvallen toen ze nog even met de boda naar de zonsondergang gingen kijken. Dat is allemaal niet goed voor jullie moederhartjes en uiteindelijk is alles gewoon goed gekomen. Toch weer een goed verhaal voor bij de koffieautomaat. Die we hier dus niet eens hebben.  

Zondag ochtend. Minivakantie bijna voorbij. Als je had gezegd dat we allemaal al drie dagen carnaval hadden gevierd, had ik het ook geloofd. De Oostenrijkse studenten hadden hun koffers ingepakt en na het uitdelen van wat knuffels werd Villa Katwe weer het domein van de Nederlanders en Belgen. Vroeg in de middag vertrokken ook de andere stagiaires naar de projecten. Daar zat ik dan in mijn eentje. Op een plek waar het een paar uur daarvoor nog bruiste van de energie. Toch wel raar. Het is me tot nu toe verrassend goed gelukt om de routine van thuis een beetje aan te houden hier in Afrika. Nu ik het land een beetje beter ken, wordt het echt tijd om dat los te laten en mezelf nieuwe dingen aan te leren. Niet meer de Nederlander zijn die geen local food lust. Niet meer vluchten in drukte, zodat ik maar zeker niet alleen ben. Niet meer bang zijn om af en toe even bang te zijn.

Perfect

This blogpost is only available in Dutch.

‘Ik heb dezelfde oorbellen als jij.’ Dat probeerde ik haar duidelijk te maken door het ringetje in mijn oor vast te pakken tussen mijn duim en wijsvinger. Aan de manier waarop ze haar rug tegen een andere klasgenoot drukt, merk dat ze niet helemaal op haar gemak is. Het is ook maar raar, opeens een mzungu (dat betekend hier ‘blanke’ – inmiddels wel een verbrande blanke) op school. Ik ga op mijn hurken zitten, zodat ik bijna net zo klein ben als zij. Handjes op haar rug, ogen op mij gericht. Ik wijs nogmaals naar mijn oorbel en het kind achter haar heeft door wat ik bedoel. Er wordt iets gefluisterd wat ik niet kan verstaan door de taal, maar ook door het lage volume. Twijfelend doet het meisje een klein stapje naar voren en langzaam beweegt ze haar arm omhoog. Ook zij pakt het ringetje in haar oor vast, precies zoals ik dat deed. En dan een lach. Zonder woorden zo veelzeggend.

Een dag later kwam ik erachter dat meisjes hier al heel vroeg oorbelletjes krijgen, zodat ze niet meer ‘perfect’ zijn. En dan betekent ‘perfect’ hier om geofferd te worden. Hekserij komt nog steeds (te) veel voor in Uganda. Kinderen worden van de straat geplukt en vermoord, omdat een toverdokter heeft gezegd dat dat geluk zal brengen. De lichaampjes worden verminkt en bepaalde lichaamsdelen worden verwijderd, zodat deze geofferd kunnen worden. De opererende toverdokters en het aantal straatkinderen in Uganda is een combinatie die dit probleem alleen maar voedt. Wanneer een meisje oorbellen heeft of een jongen besneden is, is de kans kleiner dat ze geofferd worden. Deze kinderen voldoen dan namelijk niet meer aan de eisen van een offer.

Ik schrok hiervan. Niet omdat ik niet weet dat hekserij hier een ding is en ook niet omdat ik bang ben dat het meisje iets zal overkomen. Maar wel omdat zoiets simpels als een oorbel zelfs niet ‘gewoon’ een oorbel is. Op dat soort momenten voel ik me machteloos. Ik sta bij mijn vrienden niet voor niets bekend als de wereldverbeteraar en ik wil er het liefst voor zorgen dat iedereen blij en vrolijk is. Accepteren dat me dat nooit zal lukken is misschien nog wel het moeilijkste aan het leven hier. Ik heb al heel snel geleerd dat ik zo veel dingen niet in de hand heb. Beter gezegd, ik heb eigenlijk maar heel weinig dingen wel in de hand. Ik hoop alleen ontzettend dat het meisje gewoon denkt dat ze mooie sieraden heeft gekregen. Want hopen, dat is het enige wat ik kan doen in dit geval.